De eerste koude nacht van oktober is er, de halve stal staat al onder een winterdeken, en jij staat met een deken over je arm bij de boxdeur en vraagt je af of jouw paard straks als enige staat te rillen. ‘Wanneer deken op paard?’ is de vraag die je dan in de zoekbalk typt. Het antwoord hangt veel minder af van de thermometer dan van het paard dat voor je staat: zijn vacht, zijn leeftijd, zijn conditie, de beschutting die het heeft en of het nat is.
Dit stuk is voor de eerste eigenaar in de eerste herfst met een eigen paard. Het gaat over kou, scheren, schema's en te warme dekens.
Je paard heeft het niet koud omdat jij het koud hebt
De KNHS zegt het op haar pagina Scheren en dekens zonder omweg: veel paardenhouders gaan van hun eigen gevoel uit om te bepalen of een paard het warm of koud heeft, en ‘dat is niet verstandig’. Het Franse nationale paardeninstituut IFCE zet mens en paard in zijn uitleg over hoe paarden zich aan kou aanpassen naast elkaar. Een aangeklede mens voelt zich prettig tussen ongeveer 18 en 24°C, een ongeschoren paard in een gematigd klimaat tussen ruwweg 5 en 25°C.
Nederland heeft twee eigen bronnen, en die zijn het niet eens. De Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden (versie 3.0, april 2025) legt de thermoneutrale zone, waarin een paard zijn lichaamstemperatuur met minimaal energiegebruik constant houdt, tussen +5 en +25°C. De KNHS noemt voor een ongeschoren paard met wintervacht -5 tot +15 graden en voor een geschoren paard 10 tot 20°C. Aan de onderkant scheelt dat tien graden, en de KNHS vermeldt niet waar haar cijfers vandaan komen.
Waarom de getallen verschuiven, legt een overzichtsartikel van Noorse onderzoekers uit 2020 uit. De ondergrens is geen vaste waarde: ze hangt af van leeftijd, ras, vacht, voeding, conditie en gewenning, en elk cijfer geldt alleen voor de paarden waarbij het gemeten is. Eén studie kwam uit op +5°C bij dravers die aan 15 tot 20°C gewend waren, een andere op -15°C bij Quarter Horses die aan de winter gewend waren.
Nat en wind tellen zwaarder dan de thermometer
Dezelfde Noorse groep leerde 23 paarden om met drie symbolen aan te geven wat ze wilden: deken op, deken af of niets veranderen. Volgens het overzichtsartikel kozen de paarden onder -10°C in 80 tot 90 procent van de tests voor een deken, en boven 20°C wilde elk getest paard hem af. Daartussen besliste het weer. Bij 10°C en mooi weer vroeg maar 5 procent van de paarden zonder deken erom, op een dag van 6°C met regen en harde wind elk getest paard.
In een kudde IJslandse paarden die met een schuilstal buiten overwinterde, bij temperaturen tot -30°C, noteert het overzichtsartikel maar één keer rillen: op een dag van +5°C met zware regen. De wintergids van University of Minnesota Extension in de Verenigde Staten schrijft dat al 0,1 inch regen, ongeveer 2,5 mm, koudestress kan veroorzaken doordat de vacht samenklit. Een droge wintervacht houdt lucht vast, een doorweekte niet.
De KNHS waarschuwt dat de gevoelstemperatuur door wind en regen aanzienlijk lager kan zijn. De eerste vraag op een koude avond is dus of het paard uit de regen en de wind kan. De Gids voor Goede Praktijken beveelt aan dat paarden die buiten verblijven kunnen schuilen, en de Noorse onderzoekers noemen een schuilstal een flexibeler oplossing dan een deken.
Wanneer deken op paard: welke paarden er een nodig hebben
Volgens de Gids voor Goede Praktijken kan bij geschoren paarden bij lagere temperaturen een deken nodig zijn, bij ongeschoren paarden met voldoende vacht ‘alleen bij extreme koude’. De KNHS zet er een getal bij: niet geschoren paarden hebben in de regel pas een deken nodig als de buitentemperatuur onder de -5 graden komt. De gids is een leidraad van de sector zelf en geen wet. De Amerikaanse wintergids uit Minnesota voegt daar het paard aan toe dat nat dreigt te worden van regen of ijzel, het heel jonge en het heel oude paard, het paard dat niet aan kou gewend is en het paard met een body condition score van drie of lager.
Je paard scheren is de beslissing die het meeste vastlegt. Het IFCE legt de ondergrens van een gezond volwassen paard rond -15°C, maar die van een geschoren paard dichter bij 5°C, en schrijft dat het dan een deken nodig heeft. Wie scheert, neemt dus voor de hele winter het dekenwerk op zich. De KNHS raadt wie veel buiten rijdt of zijn paarden veel buiten laat lopen aan om niet te scheren.
Ook gewenning kost tijd. Het IFCE rekent op 10 tot 20 dagen bij een daling van ongeveer 15°C.
Wat een dekenschema niet ziet
De schema's die graden aan grammen vulling koppelen, zijn in de herfst overal. De KNHS drukt er zelf een af, als ‘een leidraad’: een lichte deken van 0 tot 100 gram per vierkante meter voor ongeveer 0 tot +15 graden, een medium deken van 200 tot 300 gram voor -10 tot +10 en een dikke van 300 tot 500 gram voor -20 tot +5. Bij 3 graden vallen alle drie de dekens binnen hun bereik, en geen schema ziet of jouw paard een geschoren volbloed of een wollige tinker is.
De Gids voor Goede Praktijken noemt geen temperatuur waarbij de deken erop moet, en de vrijwillige paardengids van het EU-platform voor dierenwelzijn evenmin. De British Horse Society schrijft dat veel paarden zonder deken comfortabel blijven tot het onder 5°C zakt, en dat je pas een zwaardere deken pakt als het paard tekenen van kou laat zien.
Het bewijs achter de grammen is dun. In het ene experiment dat het overzichtsartikel aanhaalt, stonden vier paarden een uur buiten bij -23°C. De oppervlaktetemperatuur boven de lendenen was daarna 26,8°C onder een deken zonder vulling, 30,3°C met 200 gram en 31,5°C met 400 gram, tegen 22,3°C zonder deken, en het verschil tussen de twee gevulde dekens was statistisch niet significant. Vier paarden op één koude dag is geen schema.
Een te warme deken is ook een welzijnsprobleem
Een paard kan uit de wind gaan staan. Een deken uittrekken als om elf uur de zon doorbreekt, kan het niet. De Gids voor Goede Praktijken vraagt daarom te controleren of het paard het niet te warm heeft onder de deken. De KNHS beschrijft wat er misgaat: onder een te dikke of slecht ademende winterdeken gaat het paard zweten en wordt de voering nat, en als de temperatuur 's nachts weer daalt, krijgt het paard het juist koud.
De British Horse Society noemt de signalen: zweten onder de deken, zwaarder ademen, lusteloosheid of prikkelbaarheid, vaak schuren, en een warme, vochtige huid. Haar controle is een hand onder de deken achter de schoft, waar het paard aangenaam warm en droog hoort aan te voelen.
Een te dik paard kan in de winter op natuurlijke wijze afvallen, schrijft de vereniging. Te veel deken en te veel voer samen kunnen volgens haar het risico op gewichtstoename en hoefbevangenheid vergroten.
Een deken verandert ook de vacht. In een onderzoek in Wisconsin met 16 paarden was het halshaar van de groep met deken in januari 43 mm lang, tegen 58 mm bij de groep zonder, al volgden beide vachten door de winter hetzelfde patroon. Wie sinds oktober een deken oplegt, heeft in januari een paard met minder eigen vacht.
Een routine voor de eerste herfst
Het eerlijke antwoord op ‘wanneer deken op paard?’ begint dus bij het paard en niet bij het weerbericht. Rillen, een strak ingeklemde staart en beschutting zoeken horen bij de tekenen van kou van de British Horse Society. Controleer eerst of er genoeg hooi is: bij koud weer is het volgens de Gids voor Goede Praktijken nog belangrijker dat een paard voldoende ruwvoer heeft om zichzelf warm te houden.
Gebruik je een deken, doe hem dan niet op een nat paard en haal hem er dagelijks af om hem en het paard eronder te controleren; dat is het advies uit Minnesota. Kun je de deken overdag niet wisselen, dan adviseert de British Horse Society de lichtste die volstaat.
Niets hiervan vervangt je dierenarts. Of een mager, ziek of oud paard buiten kan overwinteren en welke deken het nodig heeft, is een vraag voor degene die het onderzocht heeft.
Waar wij in beeld komen
Hoofine kan je niet vertellen of je paard het koud heeft. Het kan je wel in contact brengen met de mensen aan wie je het moet vragen: de paardendierenartsen in de gids voor het oude of magere paard, en de ruitersportzaken voor een deken die op maat is gemeten in plaats van uit een schema gekozen. Zoek je een stal, dan zijn de pensionstallen de plek om te vragen naar een schuilstal in de wei en naar wie de dekens wisselt. Dat is vaak een extra, zoals wat stalling echt inhoudt laat zien. Dekens zijn één regel in de begroting die wat een paard per maand kost volledig uitwerkt.



